Onkruid

Door: Marc Siepman

We kijken naar onze inheemse planten, waarvan onze inheemse vogels en insecten afhankelijk zijn, alsof ze per definitie ongewenst zijn. Het is dan ook niet zo’n wonder dat het slecht gaat met de biodiversiteit.

Een veelgehoorde definitie van onkruid is ‘een plant die staat op een plek waar jij hem niet wilt hebben’. Als je zo kijkt, dan is er ontzettend veel onkruid, want hoe vaak komt het voor dat je denkt: “Stonden hier maar margrieten” en dat er een tijdje later inderdaad een bosje stond?

Mijn favoriete definitie van onkruid is ‘een plant waarvan je de functie nog niet hebt ontdekt’. En dan zie je meteen dat ‘onkruid’ een mening is, een waardeoordeel. Als een plant spontaan opkomt, zou je eerst uit moeten zoeken hoe hij heet en welke functies hij vervult. En dan ontdek je misschien dat hij eetbaar of zelfs geneeskrachtig is, een waardplant of voedselplant van insecten en/of vogels, dat hij de bodem verbetert, erosie voorkomt, voedingsstoffen immobiliseert of uit diepere bodemlagen ophaalt en weer beschikbaar maakt, noem maar op. En misschien ontdek je dat het eigenlijk gewoon een heel mooie plant is, nu je het stempel ‘onkruid’ eraf hebt gehaald.

En zelfs als je geen enkele functie kunt ontdekken, is een plant toch heel belangrijk: hij legt energie van de zon vast door middel van fotosynthese en voegt dit toe aan het systeem. Zonder planten hebben de andere organismen in een systeem niets te eten. Ongeveer 82% van de biomassa op Aarde is plantaardig (planten, bomen, algen en cyanobacteriën) en de rest van het leven op Aarde is daarvan afhankelijk. Hoe meer plantaardige biomassa, hoe meer organismen er kunnen leven.

Maar het gaat niet alleen om de kwantiteit, het gaat ook om de kwaliteit en zeker ook om de diversiteit. Hoe meer verschillende soorten planten en hoe meer genetische diversiteit binnen de soorten, hoe meer verschillende soorten andere organismen er kunnen leven. En al die soorten gaan relaties aan, waardoor er een complex web van onderlinge afhankelijkheid ontstaat. En complexiteit is uiteindelijk de basis van veerkracht: dat complexe web zorgt ervoor dat een systeem tegen een stootje kan, dat er telkens weer een dynamisch evenwicht ontstaat.

We moeten weer leren om de diversiteit aan planten te waarderen, ook al begrijpen we misschien niet wat ze komen doen in ons leven. In plaats van te oordelen, kunnen we beter de controle loslaten en ons verwonderen over de enorme schoonheid van alles wat spontaan kan groeien en bloeien zonder onze bemoeienis. Zeg nou zelf: jij bloeit toch ook helemaal op als er geen controle wordt uitgeoefend op je?